De legende van de Hamse reus "Polydoor"
De Reus Van Hamme
Ook hier aan onze kronkelende Durmeboorden moeten destijds ook Reuzen gewoond hebben.
Lindanus van Teneramunda door Sanderus als < onwederleglijksten > schrijver aanzien, maakt er melding van in zijn schriften (1612)
Sanderus in zijn boek < verheerlijkt Vlaanderen > Ten jare 1735 uitgegeven en handelende over het < gebied van Hamme > geeft ons eene beschrijving van het reuzenbeen in de Durmebedding gevonden.
< In de kerk van deze plaats ziet men het Dijbeen van een mensch, hetwelk voormaals in de Durme gevonden , en tweemaal zo groot als dat van andere menschen is, mits het vier voet en anderhalve duim in de lengte en daar op zijn dunst is, dertien duim in de omtrek begrijpt. >
Frans De Potter en Jan Broeckaert, die talrijke opzoekingen deden in de oude kronieken en de aloude volkslegenden nauwkeurig onderzochten en aantekenden voor hun groot werk < De geschiedenis van de Gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen > Geven volgend relaas bij de geschiedenis der gemeente Hamme onder rubriek < Sagen en sproken >.
< Over langen, langen tijd woonde er te Hamme een reus. Een andere reus had zijn verblijf over de rivier de Durme, in ’t land van waas. Op zekeren dag , dat beiden in twist waren over hunne lengte, gingen ze samen naar Tielrode, waar men toen juist de kerk bouwde, om te zien wie van hen, met zijne hand, aan het hoogste van den muur kon reiken. “T verschil moet niet groot zijn geweest daar ze alle twee in lukten een steen op de muur te leggen.
Nu beweert men, dat zij gedrie waren, zonder juist te zeggen waar de drie woonden, en dat zij in Tielrode bijeen kwamen, niet om hunne wederzijdse lengte te kennen maar om de kerk te bouwen, ’ t geen zij konden doen zonder een stelling te gebruiken. Een der reuzen, die aan dezen kant van de rivier woonde, had schuit nog pont van doen om over te varen: niet dat hij er over kon met een wipje maar hij waadde door het water zonder door de diepte of de stroom weerhouden te zijn.
Links in het portaal der kerk van Hamme hangt het dijbeen van enen der reuzen. ’ T heeft vier voet zes en een halve duim lengte ( Waasche maat ) en op de dunste plek een diameter van dertien duim. In vroegere tijden uit de Durme opgetrokken, word het zorgvuldig bewaard; geen Hammenaar, of hij zal u spreken over het reuzenbeen.
De straat waar de lange man te Hamme zou gewoond hebben, behield de naam Reuzestraat . >
In Hamme zal er dus ook een reus gewoond hebben en wel in de tijd dat de eerste kerkjes hier ten lande gebouwd werden. De geschiedschrijver Van Den Bogaerde (1825) in zijn historie van < het land van waas > plaatst het oprichten van het kerkje aan den oever van de Durme te Tielrode voor de 10° eeuw. Waar de reus van Hamme woonde, is niet te bepalen. Betrok hij de verstekte burcht die aan de eerste monding van der Durme schijnt gestaan te hebben … of was hij maar een eenvoudige visscher, allenlijk gekend en geroemd voor zijn buitengewone lichaamsbouw en zijn overgrote kracht ?… .
Woonde hij verder, dieper het land in ook mogelijk daar zijn naam gegeven werd aan den weg, dewelke alle lieden daar in den ronde nog kunnen aanwijzen, gaande van aan de Durme, Hoogen – Akker, over den Kouter en verder naar de plaats, de Roode–Lieve –Vrouw, waar naar ’t algemeen gevoelen, de galg zou gestaan hebben ?….
Zij zullen ons ook bevestigen, dat de akkergronden in den Reuzenweg of Reuzenstraat gelegen, door den reus zou vertrappeld en doortrapt zijn geweest, dat de teeltlaag niets is dan zand en wat men ook doe, en ondanks alle zorg, de vruchten altijd klein, nietig en vernepen zijn !…
Wat er ook weze, van den Reus van Hamme werd er nooit kwaad gezegd; Hij schijnt geen boosaardig karakter gehad te hebben, noch strijd noch vechtlustig, dus net als de tegenwoordige Hammenaars! - nog door zijn tijdsgenoten gevreesd geweest te zijn zoals een Finhard en een Druoon Antigoon !…
Honderden jaren geleden vond men in de rivier , bij uitspoeling mischien het overgroot dijbeen waarvan voormelde schrijvers de afmetingen en de beschrijving geven. En welke Hammenaar twijfelt (?) of ‘t moet voorkomen van den reus.
Maar wat men toch niet Loochenen kan is het bestaan van dit reuzenbeen, zo zorgvuldig bewaard en dat nu, Opgepoetst en liggend in een schrijn, voor iedereen zal te zien zijn op den dag der plechtige intrede van den reus in zijn dorp.